Raft
uncommonZipf 2.6
zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord
de raft
Zelfstandig naamwoord/'rɑːft/enkelvoud
raftraftjemeervoud
raftsraftjesraften
Werkwoord/'rɑːftən; 'rɑːftə/infinitief
raftentegenwoordige tijd
raftraftenverleden tijd
raftterafttentegenwoordig deelwoord
raftendraftende
Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.
Gratis. Geen wachtwoord.