NEDERLANDS
🇳🇱

    Ranselen

    uncommonZipf 2.6

    werkwoord

    • ranselen

      Werkwoord/'rɑnsələn; 'rɑnsələ/

      infinitief

      ranselen

      tegenwoordige tijd

      ranselranseltranselen

      verleden tijd

      ranselderanselden

      tegenwoordig deelwoord

      ranselendranselende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.