NEDERLANDS
🇳🇱

    Ravotten

    uncommonZipf 2.2

    werkwoord

    • ravotten

      Werkwoord/ra'vɔtən; ra'vɔtə/

      infinitief

      ravotten

      tegenwoordige tijd

      ravotravotten

      verleden tijd

      ravotteravotten

      tegenwoordig deelwoord

      ravottendravottende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren