Het woord 'recht' betekent meestal 'juist' of 'correct'. 'Rechter' kan een persoon zijn die rechtspreekt, een scheidsrechter in sport, of de rechterkant van iets. Ook kan 'rechter' de vergrotende trap zijn van 'recht'.
juist of correct
persoon die recht spreekt
persoon in sport
rechterkant lichaam
meer juist of correct