NEDERLANDS
🇳🇱

    Redder

    A2commonZipf 3.7

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de redder

      Zelfstandig naamwoord/'rɛdər/

      enkelvoud

      redderreddertje

      meervoud

      reddersreddertjes
    • redderen

      Werkwoord/'rɛdərən; 'rɛdərə/

      infinitief

      redderen

      tegenwoordige tijd

      redderreddertredderen

      verleden tijd

      redderderedderden

      tegenwoordig deelwoord

      redderendredderende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren