NEDERLANDS
🇳🇱

    Rem

    commonZipf 3.7

    iets wat afremt; röntgenequivalent mens; rapid eye movement

    • de rem

      Zelfstandig naamwoord/'rɛm/

      iets wat afremt

      enkelvoud

      remremmetje

      meervoud

      remmenremmetjes
    • de rem

      Zelfstandig naamwoord/'rɛm/

      röntgenequivalent mens

      enkelvoud

      rem
    • de rem

      Zelfstandig naamwoord/'rɛm/

      rapid eye movement

      enkelvoud

      rem
    • remmen

      Werkwoord/'rɛmən; 'rɛmə/

      infinitief

      remmen

      tegenwoordige tijd

      remremtremmen

      verleden tijd

      remderemden

      tegenwoordig deelwoord

      remmendremmende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren