NEDERLANDS
🇳🇱

    Repareerden

    uncommonZipf 2.1

    werkwoord

    • repareren

      Werkwoord/repa'rerən; repa'rerə/

      infinitief

      repareren

      tegenwoordige tijd

      repareerrepareertrepareren

      verleden tijd

      repareerderepareerden

      tegenwoordig deelwoord

      reparerendreparerende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren