Resulterende
uncommonZipf 2.2
werkwoord; adjectief
resulteren
Werkwoord/rezʏl'terən; rezʏl'terə/infinitief
resulterentegenwoordige tijd
resulteerresulteertresulterenverleden tijd
resulteerderesulteerdentegenwoordig deelwoord
resulterendresulterenderesulterend
Bijvoeglijk naamwoord/rezʏl'terənt/stellende trap
resulterendresulterenderesulterends
Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.
Gratis. Geen wachtwoord.