NEDERLANDS
🇳🇱

    Reviseren

    uncommonZipf 2.3

    werkwoord

    • reviseren

      Werkwoord/revi'zerən; revi'zerə/

      infinitief

      reviseren

      tegenwoordige tijd

      reviseerreviseertreviseren

      verleden tijd

      reviseerdereviseerden

      tegenwoordig deelwoord

      reviserendreviserende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren