NEDERLANDS
🇳🇱

    Ribstuk

    uncommonZipf 2.3

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud

    • het ribstuk

      Zelfstandig naamwoord/'rɪpstʏk/

      enkelvoud

      ribstukribstukje

      meervoud

      ribstukkenribstukjes

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren