NEDERLANDS
🇳🇱

    Rinkel

    uncommonZipf 1.8

    werkwoord; zelfstandig naamwoord, enkelvoud

    • rinkelen

      Werkwoord/'rɪŋkələn; 'rɪŋkələ/

      infinitief

      rinkelen

      tegenwoordige tijd

      rinkelrinkeltrinkelen

      verleden tijd

      rinkelderinkelden

      tegenwoordig deelwoord

      rinkelendrinkelende
    • de rinkel

      Zelfstandig naamwoord/'rɪŋkəl/

      enkelvoud

      rinkelrinkeltje

      meervoud

      rinkelsrinkeltjes

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren