Rit
derit
Zelfstandig naamwoordhet rijden; een afgelegde afstand of reis
reis/afstand
Een enkele reis of afstand die iemand aflegt met een voertuig of te voet.
De rit naar het station duurt vijf minuten.
handeling (het rijden)
De periode of activiteit waarin iemand rijdt of wordt gereden; het besturen of meegaan in een voertuig.
Tijdens de rit keek ik uit het raam en zag veel velden.
een ritje makentaxiritbusrittreinritlange rithetrit
Zelfstandig naamwoordkikkerrit
zelfstandig naamwoord (o)
kikkerrit
derit
Zelfstandig naamwoordmollenrit
basis
mollenrit
ritten
Werkwoordbedrijvig lopen
basis
bedrijvig lopen
ritten
Werkwoordgangen graven
graven
Een gang of tunnel in de grond maken; meestal over dieren die onder de grond tunnels maken.
De mol ritte een gang onder de heg.