Ritsen
uncommonZipf 2.7
sluiting; schelprug of zandrug; sleuf
de rits
Zelfstandig naamwoord/'rɪts/sluiting
enkelvoud
ritsritsjemeervoud
ritsenritsjesde rits
Zelfstandig naamwoord/'rɪts/schelprug of zandrug
enkelvoud
ritsritsjemeervoud
ritsenritsjesde rits
Zelfstandig naamwoord/'rɪts/sleuf
enkelvoud
ritsritsjemeervoud
ritsenritsjesde rits
Zelfstandig naamwoord/'rɪts/krib of scherm van rijshout
enkelvoud
ritsritsjemeervoud
ritsenritsjesde rits
Zelfstandig naamwoord/'rɪts/reeks
enkelvoud
ritsritsjemeervoud
ritsenritsjesritsen
Werkwoord/'rɪtsən; 'rɪtsə/inkepen
infinitief
ritsentegenwoordige tijd
ritsritstritsenverleden tijd
ritsteritstentegenwoordig deelwoord
ritsendritsenderitsen
Werkwoord/'rɪtsən; 'rɪtsə/scheuren
infinitief
ritsentegenwoordige tijd
ritsritstritsenverleden tijd
ritsteritstentegenwoordig deelwoord
ritsendritsenderitsen
Werkwoord/'rɪtsən; 'rɪtsə/invoegen
infinitief
ritsentegenwoordige tijd
ritsritstritsenverleden tijd
ritsteritstentegenwoordig deelwoord
ritsendritsenderitsen
Werkwoord/'rɪtsən; 'rɪtsə/weglopen
infinitief
ritsentegenwoordige tijd
ritsritstritsenverleden tijd
ritsteritstentegenwoordig deelwoord
ritsendritsende
Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.
Gratis. Geen wachtwoord.