Roadtrip
uncommonZipf 2.4
zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord
de roadtrip
Zelfstandig naamwoord/'rotrɪp/enkelvoud
roadtripmeervoud
roadtripsroadtrippen
Werkwoord/'rotrɪpən; 'rotrɪpə/infinitief
roadtrippentegenwoordige tijd
roadtriproadtriptroadtrippenverleden tijd
roadtripteroadtriptentegenwoordig deelwoord
roadtrippendroadtrippende
Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.
Gratis. Geen wachtwoord.