NEDERLANDS
🇳🇱

    Roet

    A2commonZipf 3.2

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • het roet

      Zelfstandig naamwoord/'rut/

      enkelvoud

      roetroetje

      meervoud

      roetjes
    • roeten

      Werkwoord/'rutən; 'rutə/

      infinitief

      roeten

      tegenwoordige tijd

      roetroeten

      verleden tijd

      roetteroetten

      tegenwoordig deelwoord

      roetendroetende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren