NEDERLANDS
🇳🇱

    Roffel

    uncommonZipf 2.4

    ruwschaaf; geluid; berisping; trommelen

    • de roffel

      Zelfstandig naamwoord/'rɔfəl/

      ruwschaaf

      enkelvoud

      roffelroffeltje

      meervoud

      roffelsroffeltjes
    • de roffel

      Zelfstandig naamwoord/'rɔfəl/

      geluid; berisping

      enkelvoud

      roffelroffeltje

      meervoud

      roffelsroffeltjes
    • roffelen

      Werkwoord/'rɔfələn; 'rɔfələ/

      trommelen

      infinitief

      roffelen

      tegenwoordige tijd

      roffelroffeltroffelen

      verleden tijd

      roffelderoffelden

      tegenwoordig deelwoord

      roffelendroffelende
    • roffelen

      Werkwoord/'rɔfələn; 'rɔfələ/

      afschaven; knoeien; snuffelen

      infinitief

      roffelen

      tegenwoordige tijd

      roffelroffeltroffelen

      verleden tijd

      roffelderoffelden

      tegenwoordig deelwoord

      roffelendroffelende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren