NEDERLANDS
🇳🇱

    Rok

    A2commonZipf 3.9

    kledingstuk; op een spinrok winden

    • de rok

      Zelfstandig naamwoord/'rɔk/

      kledingstuk

      enkelvoud

      rokrokje

      meervoud

      rokkenrokjes
    • rokken

      Werkwoord/'rɔkən; 'rɔkə/

      op een spinrok winden

      infinitief

      rokken

      tegenwoordige tijd

      rokroktrokken

      verleden tijd

      rokterokten

      tegenwoordig deelwoord

      rokkendrokkende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.