NEDERLANDS
🇳🇱
  • Rok(de)
    Zelfstandig naamwoordkledingstuk
  • Rokken
    Werkwoordop een spinrok winden

Rok

  • derok

    Zelfstandig naamwoord

    kledingstuk

    1. kleding

      Een kledingstuk dat om het middel wordt gedragen en de benen vanaf de taille naar beneden bedekt.

      Zij draagt de rode rok naar het feest.

    korte roklange rokminirokplissérokjeansrok
  • rokken

    Werkwoord

    op een spinrok winden

    1. textiel

      Wol of draad om een spinrok draaien zodat het opgewonden wordt.

      De vrouw rokte de wol op een spinrok.

    wol rokkendraad rokkenop een spinrok rokken

Blijf leren