NEDERLANDS
🇳🇱

    Rondspringen

    uncommonZipf 2.4

    werkwoord

    • rondspringen

      Werkwoord/'rɔntsprɪŋən; 'rɔntsprɪŋə/

      infinitief

      rondspringen

      tegenwoordige tijd

      spring rondrondspringspringt rondrondspringtspringen rondrondspringen

      verleden tijd

      sprong rondrondsprongsprongen rondrondsprongen

      tegenwoordig deelwoord

      rondspringendrondspringende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren