NEDERLANDS
🇳🇱

    Ronken

    uncommonZipf 2.4

    werkwoord

    • ronken

      Werkwoord/'rɔŋkən; 'rɔŋkə/

      infinitief

      ronken

      tegenwoordige tijd

      ronkronktronken

      verleden tijd

      ronkteronkten

      tegenwoordig deelwoord

      ronkendronkende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren