Rouwdouwen
uncommonZipf 2.1
zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord
de rouwdouw
Zelfstandig naamwoord/'rɔudɔu/enkelvoud
rouwdouwmeervoud
rouwdouwenrouwdouwsrouwdouwen
Werkwoord/'rɔudɔuwən; 'rɔudɔuwə//rauwdouwer-of-rouwdouwer-of-rouwdouw
infinitief
rouwdouwentegenwoordige tijd
rouwdouwrouwdouwtrouwdouwenverleden tijd
rouwdouwderouwdouwdentegenwoordig deelwoord
rouwdouwendrouwdouwende
Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.
Gratis. Geen wachtwoord.