NEDERLANDS
🇳🇱

    Rubber

    B1commonZipf 3.6

    adjectief; zelfstandig naamwoord, enkelvoud

    • rubber

      Bijvoeglijk naamwoord/'rʏbər/

      stellende trap

      rubber
    • de/het rubber

      Zelfstandig naamwoord/'rʏbər/

      enkelvoud

      rubberrubbertje

      meervoud

      rubbersrubbertjes

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.