NEDERLANDS
↓↑Enter →
  • 11Rukken
    Werkwoordplotseling trekken
  • 22Ruk(de)
    Zelfstandig naamwoordsnelle beweging
  • 33Ruk
    Bijvoeglijk naamwoordslecht van kwaliteit

Bladeren

WoordenboekWoordenschatMijn woordenRecente woorden
NEDERLANDS
↓↑Enter →
🇳🇱
  • 11Rukken
    Werkwoordplotseling trekken
  • 22Ruk(de)
    Zelfstandig naamwoordsnelle beweging
  • 33Ruk
    Bijvoeglijk naamwoordslecht van kwaliteit
  1. NEDERLANDS
  2. /Woordenboek
  3. /Ruk
WoordenboekRuk

Ruk

  • rukken

    Werkwoord

    plotseling trekken

    1. met een korte, krachtige beweging trekken aan ietsDe hond rukte aan zijn riem.
    2. seksuele handeling waarbij iemand zichzelf bevredigtHij rukt zichzelf vaak af in de badkamer.
    3. plotseling en snel bewegen, vaak onverwachtDe deur rukte open door de harde wind.
  • deruk

    Zelfstandig naamwoord

    snelle beweging

    1. plotselinge, korte beweging met kracht aan iets trekkenHij gaf een ruk aan het touw.
    2. korte periode waarin iets intens gebeurtTijdens de storm was er een hevige ruk aan de deur.
    3. vulgair woord voor geslachtsgemeenschapHij gaf een harde ruk aan de deur.
  • ruk

    Bijvoeglijk naamwoord

    slecht van kwaliteit

    1. van slechte kwaliteit of onaangenaamDeze telefoon is echt ruk.
    2. plotseling en krachtig trekken aan ietsDe hond gaf een ruk aan zijn riem.

Verwante woorden

geruktrukjerukjesrukkerukkenrukkendrukkenderukkerrukkererukkersruksrukstruksteruktrukterukten

Blijf leren

Meer A2-woordenOefenen