NEDERLANDS
🇳🇱

    Salsa

    B1commonZipf 3.2

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de salsa

      Zelfstandig naamwoord/'sɑlsa/

      enkelvoud

      salsa

      meervoud

      salsa's
    • salsaën

      Werkwoord/'sɑlsaən; 'sɑlsaə/

      infinitief

      salsaën

      tegenwoordige tijd

      salsasalsaatsalsaën

      verleden tijd

      salsadesalsaden

      tegenwoordig deelwoord

      salsaëndsalsaënde

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren