NEDERLANDS
🇳🇱

    Samengaat

    uncommonZipf 2.5

    werkwoord

    • samengaan

      Werkwoord/'samənɣan; 'saməɣan/

      infinitief

      samengaan

      tegenwoordige tijd

      ga samensamengagaat samensamengaatgaan samensamengaan

      verleden tijd

      ging samensamenginggingen samensamengingen

      tegenwoordig deelwoord

      samengaandsamengaande

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren