NEDERLANDS
🇳🇱

    Samengebonden

    uncommonZipf 2.3

    werkwoord

    • samenbinden

      Werkwoord/'samənbɪndən; 'saməbɪndə/

      infinitief

      samenbinden

      tegenwoordige tijd

      bind samensamenbindbindt samensamenbindtbinden samensamenbinden

      verleden tijd

      bond samensamenbondbonden samensamenbonden

      tegenwoordig deelwoord

      samenbindendsamenbindende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren