NEDERLANDS
🇳🇱

    Samengepakt

    uncommonZipf 2.1

    werkwoord

    • samenpakken

      Werkwoord/'samənpɑkən; 'saməpɑkə/

      infinitief

      samenpakken

      tegenwoordige tijd

      pak samensamenpakpakt samensamenpaktpakken samensamenpakken

      verleden tijd

      pakte samensamenpaktepakten samensamenpakten

      tegenwoordig deelwoord

      samenpakkendsamenpakkende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren