Samenloop
uncommonZipf 2.7
zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord
de samenloop
Zelfstandig naamwoord/'samənlop; 'saməlop/enkelvoud
samenloopmeervoud
samenlopensamenlopen
Werkwoord/'samənlopən; 'saməlopə/infinitief
samenlopentegenwoordige tijd
loop samensamenlooploopt samensamenlooptlopen samensamenlopenverleden tijd
liep samensamenliepliepen samensamenliepentegenwoordig deelwoord
samenlopendsamenlopende
Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.
Gratis. Geen wachtwoord.