NEDERLANDS
🇳🇱

    Samenloop

    uncommonZipf 2.7

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de samenloop

      Zelfstandig naamwoord/'samənlop; 'saməlop/

      enkelvoud

      samenloop

      meervoud

      samenlopen
    • samenlopen

      Werkwoord/'samənlopən; 'saməlopə/

      infinitief

      samenlopen

      tegenwoordige tijd

      loop samensamenlooploopt samensamenlooptlopen samensamenlopen

      verleden tijd

      liep samensamenliepliepen samensamenliepen

      tegenwoordig deelwoord

      samenlopendsamenlopende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.