Samenspelen
uncommonZipf 2.3
werkwoord
samenspelen
Werkwoord/'samənspelən; 'saməspelə/infinitief
samenspelentegenwoordige tijd
speel samensamenspeelspeelt samensamenspeeltspelen samensamenspelenverleden tijd
speelde samensamenspeeldespeelden samensamenspeeldentegenwoordig deelwoord
samenspelendsamenspelende
Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.
Gratis. Geen wachtwoord.