NEDERLANDS
🇳🇱

    Samenvallen

    B1uncommonZipf 2.5

    werkwoord

    • samenvallen

      Werkwoord/'samənvɑlən; 'saməvɑlə/

      infinitief

      samenvallen

      tegenwoordige tijd

      val samensamenvalvalt samensamenvaltvallen samensamenvallen

      verleden tijd

      viel samensamenvielvielen samensamenvielen

      tegenwoordig deelwoord

      samenvallendsamenvallende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.