NEDERLANDS
🇳🇱

    Samenzitten

    uncommonZipf 2.0

    werkwoord

    • samenzitten

      Werkwoord/'samənzɪtən; 'saməzɪtə/

      infinitief

      samenzitten

      tegenwoordige tijd

      zit samensamenzitzitten samensamenzitten

      verleden tijd

      zat samensamenzatzaten samensamenzaten

      tegenwoordig deelwoord

      samenzittendsamenzittende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren