NEDERLANDS
🇳🇱

    Sappel

    uncommonZipf 2.4

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de sappel

      Zelfstandig naamwoord/'sɑpəl/

      enkelvoud

      sappel
    • sappelen

      Werkwoord/'sɑpələn; 'sɑpələ/

      infinitief

      sappelen

      tegenwoordige tijd

      sappelsappeltsappelen

      verleden tijd

      sappeldesappelden

      tegenwoordig deelwoord

      sappelendsappelende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren