NEDERLANDS
🇳🇱

    Schampen

    uncommonZipf 2.1

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de schamp

      Zelfstandig naamwoord/'sxɑmp/

      enkelvoud

      schampschampje

      meervoud

      schampenschampjes
    • schampen

      Werkwoord/'sxɑmpən; 'sxɑmpə/

      infinitief

      schampen

      tegenwoordige tijd

      schampschamptschampen

      verleden tijd

      schampteschampten

      tegenwoordig deelwoord

      schampendschampende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren