Schampen
uncommonZipf 2.1
zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord
de schamp
Zelfstandig naamwoord/'sxɑmp/enkelvoud
schampschampjemeervoud
schampenschampjesschampen
Werkwoord/'sxɑmpən; 'sxɑmpə/infinitief
schampentegenwoordige tijd
schampschamptschampenverleden tijd
schampteschamptentegenwoordig deelwoord
schampendschampende
Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.
Gratis. Geen wachtwoord.