Scheidden
scheiden
Werkwoorduit elkaar gaan
- iemand of iets uit elkaar maken of laten gaanHun relatie is uit elkaar gegaan na veel conflicten.
- verschillende delen of componenten van elkaar laten of houdenIk deel de ingrediënten voor de soep in verschillende delen.
- afscheiden of apart zettenDe kok scheidt de heldere soep van de stukjes groenten.
- een tijd of plaats van elkaar scheidenDe afstand tussen de bergen is indrukwekkend.
scheiden
Werkwoordtrennen in stukken
- uit elkaar gaan, bijvoorbeeld in een relatie of huwelijkHun relatie is beëindigd na een moeilijke periode.
- iets in delen of stukken splitsenJe kunt de appel splitsen in twee helften.
- verschillen of onderscheid maken tussen zakenHij kan goed onderscheiden tussen muziekstijlen.
- van elkaar afdrijven, bijvoorbeeld een vloeistofDe vloeistof in de fles is helder.