NEDERLANDS
🇳🇱

    Schemer

    uncommonZipf 2.6

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de schemer

      Zelfstandig naamwoord/'sxemər/

      enkelvoud

      schemer
    • schemeren

      Werkwoord/'sxemərən; 'sxemərə/

      infinitief

      schemeren

      tegenwoordige tijd

      schemerschemertschemeren

      verleden tijd

      schemerdeschemerden

      tegenwoordig deelwoord

      schemerendschemerende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.