NEDERLANDS
🇳🇱

    Scherf

    A2uncommonZipf 2.9

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de scherf

      Zelfstandig naamwoord/'sxɛrf/

      enkelvoud

      scherfscherfje

      meervoud

      schervenscherfjes
    • scherven

      Werkwoord/'sxɛrvən; 'sxɛrvə/

      infinitief

      scherven

      tegenwoordige tijd

      scherfscherftscherven

      verleden tijd

      scherfdescherfden

      tegenwoordig deelwoord

      schervendschervende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren