NEDERLANDS
🇳🇱

    Schermen

    B1commonZipf 3.6

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • het scherm

      Zelfstandig naamwoord/'sxɛrm/

      enkelvoud

      schermschermpje

      meervoud

      schermenschermpjes
    • schermen

      Werkwoord/'sxɛrmən; 'sxɛrmə/

      infinitief

      schermen

      tegenwoordige tijd

      schermschermtschermen

      verleden tijd

      schermdeschermden

      tegenwoordig deelwoord

      schermendschermende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.