Schermen
B1commonZipf 3.6
zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord
het scherm
Zelfstandig naamwoord/'sxɛrm/enkelvoud
schermschermpjemeervoud
schermenschermpjesschermen
Werkwoord/'sxɛrmən; 'sxɛrmə/infinitief
schermentegenwoordige tijd
schermschermtschermenverleden tijd
schermdeschermdentegenwoordig deelwoord
schermendschermende
Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.
Gratis. Geen wachtwoord.