Schoft
deschoft
Zelfstandig naamwoorddeel van werkdag
- een deel van de werkdag, vooral een pauze om te etenDe boeren houden een korte schoft om te eten.
deschoft
Zelfstandig naamwoordschouder van dier
- het hoogste punt tussen de schouderbladen van een paard of koeDe schoft van dit paard is erg hoog.
deschoft
Zelfstandig naamwoordgemeen persoon
- iemand die zich gemeen, oneerlijk of slecht gedraagtDie schoft heeft me echt bedrogen.