Schokke
deschok
Zelfstandig naamwoordplotselinge beweging of schrik
- plotselinge, hevige beweging die je lichaam voeltDe trein gaf een schok toen hij begon te rijden.
- hevige emotionele reactie door een nare gebeurtenisDe schok was groot toen hij het nieuws hoorde.
- korte elektrische stroomstoot die gevaarlijk kan zijnDe schok was heel pijnlijk.
hetschok
Zelfstandig naamwoordelektrische ontlading
- plotselinge, hevige beweging die je lichaam voeltDe trein maakte een schok toen hij remde.
- hevige emotionele reactie door een nare gebeurtenisDe schok was te groot voor haar.
- hoeveelheid van twaalf stuks, vooral bij eierenEen schok eieren is genoeg voor een week.
schokken
Werkwoordhevig bewegen of schudden
- een plotselinge, hevige beweging maken of veroorzakenDe trein schokte toen hij remde.
- iemand diep raken door een nare gebeurtenis of berichtHet nieuws van het ongeluk schokte haar.
- elektrische stroom die een schok geeftDeze oude radio schokt als je hem aanraakt.