NEDERLANDS
🇳🇱

    Schonken

    uncommonZipf 2.6

    werkwoord; zelfstandig naamwoord, enkelvoud

    • schenken

      Werkwoord/'sxɛŋkən; 'sxɛŋkə/

      infinitief

      schenken

      tegenwoordige tijd

      schenkschenktschenken

      verleden tijd

      schonkschonken

      tegenwoordig deelwoord

      schenkendschenkende
    • de schonk

      Zelfstandig naamwoord/'sxɔŋk/

      enkelvoud

      schonk

      meervoud

      schonken

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.