NEDERLANDS
🇳🇱

    Schooier

    A2commonZipf 3.5

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de schooier

      Zelfstandig naamwoord/'sxojər/

      enkelvoud

      schooierschooiertje

      meervoud

      schooiersschooiertjes
    • schooieren

      Werkwoord/'sxojərən; 'sxojərə/

      infinitief

      schooieren

      tegenwoordige tijd

      schooierschooiertschooieren

      verleden tijd

      schooierdeschooierden

      tegenwoordig deelwoord

      schooierendschooierende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.