Schoonde
hetschoon
Zelfstandig naamwoordschoon persoon
- afkomstig van of gerelateerd aan iets wat schoon of cleaned isDe netheid van de keuken is belangrijk voor het koken.
- de schoonheid of esthetische waarde van ietsDe schoonheid van de natuur is indrukwekkend.
- een maat voor formaat; volledig of goed in een bepaalde contextDe geschiktheid van de kandidaten wordt zorgvuldig beoordeeld.
de-hetschoon
Bijvoeglijk naamwoordschoon zijn
- vrij van vuil, niet viesDe vloer is vuil na de regen.
- mooi, aantrekkelijk om naar te kijkenHet landschap is aantrekkelijk.
- eerlijk, oprecht, zonder verborgen bedoelingenHij is een oprecht persoon.
schonen
Werkwoordals iemand schoonmaakt
- iets of iemand reinigen of in betere staat brengenIk reinig mijn fiets elke week.
- Iets of iemand mooier maken of aantrekkelijker makenDe nieuwe kleding maken haar aantrekkelijker.
- onderhouden van iets of iemand, bijvoorbeeld voor verzorgingIk onderhoud mijn huisdier goed.
schoon
Voegwoordverbinden zinnen
- op een wijze dat iets vrij is van vuil of onzuiverhedenDe kamer is vrij van stof.
- zuiver, in de morele zinHet moreel van het verhaal is dat eerlijkheid altijd het beste beleid is.
- met frisse of aantrekkelijke uitstralingHij ziet er aantrekkelijk uit met zijn nieuwe haarstijl.
- afkomstig uit een goede of nette bronZijn afkomst is bewonderenswaardig en vol trots.