Schoonmaak
B1commonZipf 3.3
zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord
de schoonmaak
Zelfstandig naamwoord/'sxonmak/enkelvoud
schoonmaakschoonmaakjemeervoud
schoonmakenschoonmaakjesschoonmaken
Werkwoord/'sxonmakən; 'sxonmakə/infinitief
schoonmakentegenwoordige tijd
maak schoonschoonmaakmaakt schoonschoonmaaktmaken schoonschoonmakenverleden tijd
maakte schoonschoonmaaktemaakten schoonschoonmaaktentegenwoordig deelwoord
schoonmakendschoonmakende
Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.
Gratis. Geen wachtwoord.