NEDERLANDS
↓↑Enter →
  • 11Schort(de/het)
    Zelfstandig naamwoordkledingstuk voor bescherming
  • 22Schorten
    Werkwoordontbreken of tekortkomen

Bladeren

WoordenboekWoordenschatMijn woordenRecente woorden
NEDERLANDS
↓↑Enter →
🇳🇱
  • 11Schort(de/het)
    Zelfstandig naamwoordkledingstuk voor bescherming
  • 22Schorten
    Werkwoordontbreken of tekortkomen
  1. NEDERLANDS
  2. /Woordenboek
  3. /Schortjes
WoordenboekSchortjes

Schortjes

  • de/hetschort

    Zelfstandig naamwoord

    kledingstuk voor bescherming

    1. kledingstuk dat je voorbindt om je kleren schoon te houdenIk doe mijn schort om als ik ga koken.
    2. kort kledingstuk dat als bovenkleding wordt gedragen, vaak door vrouwenMijn moeder draagt altijd een schort als ze kookt.
  • schorten

    Werkwoord

    ontbreken of tekortkomen

    1. iets tijdelijk niet doen of niet laten gebeurenIk schort mijn huiswerk op tot morgen.
    2. iets ophangen of vastmaken aan een touw of lijnIk schort de handdoeken aan de waslijn.

Verwante woorden

geschortschortschorteschortenschortendschortendeschortjeschortteschortten

Blijf leren

Meest voorkomende Nederlandse woordenOefenen