NEDERLANDS
🇳🇱

    Schouwen

    uncommonZipf 2.1

    het schouwen; schuwheid; stookplaats

    • de schouw

      Zelfstandig naamwoord/'sxɔu/

      het schouwen

      enkelvoud

      schouwschouwtje

      meervoud

      schouwenschouwtjes
    • de schouw

      Zelfstandig naamwoord/'sxɔu/

      schuwheid

      enkelvoud

      schouwschouwtje

      meervoud

      schouwenschouwtjes
    • de schouw

      Zelfstandig naamwoord/'sxɔu/

      stookplaats

      enkelvoud

      schouwschouwtje

      meervoud

      schouwenschouwtjes
    • de schouw

      Zelfstandig naamwoord/'sxɔu/

      schuit

      enkelvoud

      schouwschouwtje

      meervoud

      schouwenschouwtjes
    • schouwen

      Werkwoord/'sxɔuwən; 'sxɔuwə/

      infinitief

      schouwen

      tegenwoordige tijd

      schouwschouwtschouwen

      verleden tijd

      schouwdeschouwden

      tegenwoordig deelwoord

      schouwendschouwende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren