Schouwer
uncommonZipf 2.1
zelfstandig naamwoord, enkelvoud; adjectief
de schouwer
Zelfstandig naamwoord/'sxɔuwər/enkelvoud
schouwermeervoud
schouwersschouw
Bijvoeglijk naamwoord/'sxɔu/stellende trap
schouwschouweschouwsvergrotende trap
schouwerschouwereschouwersovertreffende trap
schouwstschouwste
Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.
Gratis. Geen wachtwoord.