Schut
uncommonZipf 2.4
werkwoord; zelfstandig naamwoord, enkelvoud
schutten
Werkwoord/'sxʏtən; 'sxʏtə/infinitief
schuttentegenwoordige tijd
schutschuttenverleden tijd
schutteschuttentegenwoordig deelwoord
schuttendschuttendehet schut
Zelfstandig naamwoord/'sxʏt/enkelvoud
schutschutjemeervoud
schuttenschutjes
Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.
Gratis. Geen wachtwoord.