Shit
shit
Tussenwerpselvloekwoord uitroep
- uitroep van ergernis, teleurstelling of frustratieShit, ik heb mijn telefoon thuis laten liggen!
- uitroep van verbazing of schrikVerbazing! Dat meisje kan heel hoog springen!
deshit
Zelfstandig naamwoordvieze substantie
- uitwerpselen van mensen of dieren (informeel, grof taalgebruik)De hond heeft ontlasting in de tuin gedaan.
- iets van slechte kwaliteit of waardeloos (informeel)Dit boek is waardeloos.
- een vervelende of lastige situatie (informeel)Ik heb een probleem met mijn fiets.
- drugs, met name heroïne (informeel, straattaal)Hij gebruikt drugs en dat baart zijn familie zorgen.
shit
Bijvoeglijk naamwoordslechte situatie
- uitstekend, geweldig of heel goed (informeel, vaak gebruikt door jongeren)Die film was echt positief!
- intens of extreem (in positieve zin)De film was intens mooi.