NEDERLANDS
🇳🇱

    Shot

    commonZipf 3.8

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; injecteren met drugs

    • de/het shot

      Zelfstandig naamwoord/'ʃɔt/

      enkelvoud

      shotshotje

      meervoud

      shotsshotjes
    • shotten

      Werkwoord/'ʃɔtən; 'ʃɔtə/

      injecteren met drugs

      infinitief

      shotten

      tegenwoordige tijd

      shotshotten

      verleden tijd

      shotteshotten

      tegenwoordig deelwoord

      shottendshottende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren