Shot
commonZipf 3.8
zelfstandig naamwoord, enkelvoud; injecteren met drugs
de/het shot
Zelfstandig naamwoord/'ʃɔt/enkelvoud
shotshotjemeervoud
shotsshotjesshotten
Werkwoord/'ʃɔtən; 'ʃɔtə/injecteren met drugs
infinitief
shottentegenwoordige tijd
shotshottenverleden tijd
shotteshottentegenwoordig deelwoord
shottendshottende
Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.
Gratis. Geen wachtwoord.