NEDERLANDS
🇳🇱

    Simmen

    uncommonZipf 2.0

    snoer; werkwoord

    • de sim

      Zelfstandig naamwoord/'sɪm/

      snoer

      enkelvoud

      simsimmetje

      meervoud

      simmensimmetjes
    • simmen

      Werkwoord/'sɪmən; 'sɪmə/

      infinitief

      simmen

      tegenwoordige tijd

      simsimtsimmen

      verleden tijd

      simdesimden

      tegenwoordig deelwoord

      simmendsimmende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren