NEDERLANDS
🇳🇱

    Sjans

    uncommonZipf 2.4

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de sjans

      Zelfstandig naamwoord/'ʃɑns/

      enkelvoud

      sjans
    • sjansen

      Werkwoord/'ʃɑnsən; 'ʃɑnsə/

      infinitief

      sjansen

      tegenwoordige tijd

      sjanssjanstsjansen

      verleden tijd

      sjanstesjansten

      tegenwoordig deelwoord

      sjansendsjansende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren